Sicco houdt van de rafelranden van de stad. In plaats van de bekende spots zoals de grachtengordel of het Rijksmuseum, nam hij ons mee naar de outskirts of town.

‘Het dynamische karakter van de stad vind ik zeer aansprekend. Ik ben opgegroeid naast de RAI en bij mijn ouders hangt een foto aan de muur waarop te zien is dat het gebied alleen nog maar een weiland is. Het pleintje waar ik vroeger altijd op mijn BMX overheen crosste, is inmiddels volgebouwd met een futuristisch gebouw. Ik vind het indrukwekkend om te zien hoe de stad continue ontwikkelt.’

‘Ik ben een ras-Amsterdammer en zie mezelf niet snel vertrekken naar een andere plek. De stad is niet te groot, super divers, en je kan er toch best anoniem leven. Het klinkt cliché maar ik vind het heerlijk om overal op de fiets naartoe te kunnen gaan. Je bent ook zo op de fiets de stad uit en er zijn veel fijne plekken aan de rand van de stad. De molen aan de Amstel of de oude tramremise achter het Olympische stadion zijn plekken waar ik in mijn jeugd veel kwam en nu nog steeds graag langs fiets.’

‘Je hoort steeds vaker dat Amsterdam te druk is en dat er teveel toeristen zijn, maar ik ben het hier niet mee eens. Er zijn zoveel plekken die goed bewoonbaar en opkomend zijn – de Hoofddorppleinbuurt, de Baarsjes en de Indische Buurt, bijvoorbeeld. Dit waren vroeger best spannende buurten, maar de ontwikkeling daar – vooral de laatste jaren – is gruwelijk om te zien. Ik voel me zelf ook het meest thuis in onontgonnen terrein – de rauwe randjes vind ik prachtig.’

‘Voor mijn werk ben ik veel in Bangkok – dat is pas een overvolle stad. In vergelijking daarmee is Amsterdam rustig. Die rust maakt het voor mij altijd heerlijk thuiskomen hier.’