Mark gaat naar Moskou. In plaats van de Amsterdamse straten te verkennen gaat hij op reis, van Rusland via Mongolië naar Azië en China. Als vrijbuiter, in zijn eentje op pad. Alleen UNBEGUN mag mee, althans, onze rugzak.

‘Ik begin in Moskou en stap daar, na een paar dagen in de stad, op de Trans-Mongolië Express. Ik wil graag naar het Baikal meer in Rusland en vervolgens naar Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië. Daar wil ik het platteland op, in oude tenten op de steppe slapen. Ik ben benieuwd naar het land, de cultuur en de mensen. Vervolgens een rondje China (een klein rondje, ik heb ongeveer een maand) en dan door naar Vietnam en Indonesië.’

‘Waarom ik ga? Een van de redenen is dat ik meer over Ghengis Khan wil weten, daar ben ik al een tijdje door gefascineerd. En ik ben benieuwd naar andere culturen, zien wat de wereld heeft gemaakt. China is natuurlijk een bizar land, met twee kanten van een medaille. Het is de snelst groeiende economie, mensen worden er steeds rijker en op hetzelfde moment zitten er mensen voor een hongerloontje schoenen aan elkaar te naaien. In Mongolië ben ik vooral benieuwd naar hoe anders het leven daar is. Ik vind het boeiend om te zien wat ze hebben aan de andere kant.’

‘Ik hou van mijn vrijheid, daarom vind ik reizen ook fijn. Even geen 9 tot 5 ritme, gewoon kijken waar het schip strandt. Ik reis graag op de bonnefooi: is het niet leuk, dan ga ik iets anders doen. Ik ben snel verveeld, dus vind de uitdaging van het reizen wel lekker. Hoe extremer de situatie, of hoe groter het verschil met Nederland, hoe beter. De adrenaline stoot die je krijgt door iets te doen wat je nooit gedaan hebt, daar is het me om te doen.’