Eva groeide op in Amsterdam en zag door haar muziek de rafelrandjes van de stad. Ze nam UNBEGUN mee naar het NDSM-terrein en sprak onder meer over de underground muziekscene en haar roots.

“Ik ben geboren en getogen in Amsterdam-West. Als uitvoerend zangeres speel ik in bandjes en treed ik op door de hele stad. Na de middelbare school besloot ik om een muziekopleiding te volgen. Dit verbreedde mijn horizon. Ik kwam ineens op coole plekken in Amsterdam; veel kraakpanden, underground feestjes, etc. Ik hou erg van dat rauwe randje. De stad verliest de laatste tijd zijn authenticiteit door het grote aantal toeristen, maar er zijn zeker plekken die ik nog steeds heel vet vind. Een daarvan is NDSM.

Ik ga niet heel vaak naar Noord, maar op het pontje staan naar NDSM is een soort zen-momentje. Lekker staren in het niets. Ik word daar heel rustig van. NDSM doet me ook denken aan de plekken waar vroeger feestjes werden gehouden en de tijden waarin je ergens belandde in een pand van iemand, waar ineens een vette dj stond te draaien. NDSM is rauw en wild en speels. Het is een gouden plek voor mij. Het vrije eraan vind ik cool.

Ik heb bij het PACT college Amsterdam gestudeerd. Daar raakte ik bevriend met een aantal mensen uit het jaar boven mij en  leerde ik mijn beste vriendin kennen. Het ging eigenlijk via via, op een gegeven moment werd ik meegevraagd naar een feestje en ineens stond ik op de vetste plekken in de stad middenin de rauwste scene. Ik werd verliefd op de diversiteit van mensen die je daar ontmoet.

We gingen naar De Valreep in Oost, ravejes in Noord en Landsmeer, ADM in Westpoort, Ruigoord. Het waren en zijn allemaal plekken waar je vanaf moet weten. Dit vond ik juist zo vet. Ik woonde al mijn hele leven in Amsterdam, maar er ging een wereld voor me open toen ik de underground scene ontdekte.

De muziekscene is een stuk kleiner geworden. Vroeger gingen we naar jamsessies in Winston Kingdom, Amsterjam in het Volkshotel. Via die plekken heb ik wel leuke gigs gehad, op festivalletjes en bij de Sugar Factory. Bourbon Street was ook een plek waar je lekker biertjes drinken en op het podium kon klimmen. Het leuke in Amsterdam is dat het klein is en je zo een netwerk op kunt bouwen.

Op dit moment werk ik bij Café Harlem op de Haarlemmerstraat, en ben ik aan het sparen – in november ga ik naar Jamaica. Ik ben half Jamaicaans en ben vanaf jongs af aan opgegroeid met muziek. Ik ben er nog nooit geweest en ik denk dat het  waardevol voor mij is om ook die kant te zien van waar ik vandaan kom. Het zijn mijn laatste maandjes in mijn stadje, want ik ga voor onbepaalde tijd, dus ik ben nog even extra aan het genieten.

Wat ik het meeste ga missen naast fietsen, is het gevoel van vrijheid. Ik denk dat vrijheid in Jamaica heel anders is. Het lijkt me heel fijn om een soort vrijheid te ervaren die op bepaalde manier dieper gaat dan alles kunnen kopen wat je wilt. En het is voor mij ook van belang om in de natuur te zijn, dat mis ik. Ik ben een stadsmens, maar kan ontzettend genieten van het bos. Ik denk dat de natuur in Jamaica een soort vrijheid zal geven die ik hier niet ervaar. Dit is ook de reden waarom ik wil gaan reizen, om even zonder het filter van mijn telefoon of de stad de wereld en mezelf te ervaren.”