Adinda groeide op in Amsterdam West en ontwikkelde tijdens haar reizen een passie voor streetwear uit Zuid-Korea en Japan. Ze nam ons mee naar haar favoriete hangouts en vertelde over haar droom, het opzetten van een eigen kleding webshop. We begonnen op de Zeedijk, bij haar favoriete restaurants.

“Ik kwam vroeger al met mijn familie op de Zeedijk om lekker te eten. We haalden dan eten bij Nam Kee, en zoetigheidjes voor daarna in het winkeltje er tegenover. Ik ga nog steeds naar Nam Kee, maar nu met vrienden. Soms kiezen we voor iets anders; Thais bij Bird of Dim Sum bij Oriental. Verder kom ik graag op de Dappermarkt in Oost, voor een frietje met pittige Madame Jeanette mayo bij mijn favoriete friettent, Vita’s Friet. Als ik uitga, is dat op de Reguliers of in het Skatecafé.

Bij het Homomonument doe ik nu sinds drie jaar vrijwilligerswerk, achter de bar met mijn beste vriend, dus dat is voor mij een belangrijke locatie. Het is basically gewoon een gezellig feestje, waar je een paar uurtjes achter de bar staat en daarna ga je zelf het terrein op. De sfeer is altijd goed en we doen het nu 2 tot 3 keer per jaar, met Koningsdag, Bevrijdingsdag of Gay Pride.

De vrijheid om te kunnen houden van wie je wilt is belangrijk voor me. Ik ben met dat idee opgegroeid en het is iets waar ik achter sta. Mijn ouders doen ook vrijwilligerswerk; mijn moeder bijvoorbeeld voor de HIV vereniging en mijn vader voor de voedselbank. Het is voor ons belangrijk om terug te geven aan de maatschappij en het met z’n allen zo fijn mogelijk te maken.

Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en groeide op rond de Admiraal de Ruijterweg. West is altijd mijn buurtje gebleven; ik woon er nog steeds en werk er nu ook, bij de Chassé Dance Studios. Ik werk daar om geld opzij te kunnen zetten, zodat ik mijn eigen kleding webshop kan beginnen met kleding uit Japan en Zuid-Korea.

Na mijn middelbare school ben ik door Noord-Amerika en Azië gaan reizen. Ik bezocht daar vooral de grote steden; Hong Kong, Seoul, Tokyo. Mijn moeder heeft Artemis gedaan dus mode was iets dat ik van huis uit heb meegekregen. Uit pure interesse ging ik in Seoul met een Koreaans vriendinnetje naar wholesale areas en boetiekjes, tot ik in een area kwam waar ze in streetwear handelen. Dat vond ik zo vet, dat ik het zelf wilde gaan importeren naar Nederland.

Ik wil bestaande kleding uit Japan en Zuid-Korea importeren, en mijn eigen ontwerpen in Bali laten produceren, waar ik familie heb. Momenteel ben ik voornamelijk bezig om het concept uit te werken, en gezien de tijd wil ik ook richting het duurzame gaan. De meeste mensen zullen van Zuid-Koreaanse of Japanse fashion denken dat het heel extreem is, iets in de richting van Harajuku’s. Ik wil iets aanbieden wat hier gedragen kan worden, maar wat niet meteen geassocieerd wordt met mode uit Amsterdam. Ik besef me dat Nederlanders heel nuchter zijn, en dat het niet te gek moet zijn. Het mag apart zijn, maar moet wearable blijven.”